Waarom het succes van een collega mij raakte.
Niet omdat ik het haar niet gun, maar omdat ik eindelijk voel wat ik zelf nodig heb.
Laatst gebeurde er iets wat me meer raakte dan ik had verwacht. Een collega kreeg een mooie kans. En terwijl ik oprecht blij was voor haar, voelde ik tegelijkertijd iets in mezelf bewegen.
Geen afgunst.
Geen jaloezie.
Ook geen gevoel van: “waarom zij?”
Integendeel. Mijn eerste gedachte was: “waarom ik niet?” Dat is iets heel anders. Want ik gun haar die kans, ik gun mensen hun succes, ik gun mensen hun groei. Ik gun mensen dat ze gezien worden. Maar op dat moment voelde ik iets wat veel dieper ging. Iets wat eigenlijk niet eens over haar ging.
De afgelopen jaren heb ik ontzettend veel trauma verwerkt. Meer dan de meeste mensen ooit zullen zien. Niet dat soort trauma dat zichtbaar is aan de buitenkant. Maar het soort trauma dat bepaalt hoe je naar jezelf kijkt. Hoe je relaties aangaat. Hoe je leert overleven. Hoe je leert vertrouwen. of juist niet leert vertrouwen.
Een van de dingen die ik tijdens dat proces ben gaan begrijpen, is dat ik heel mijn leven een beschermingsmechanisme heb gehad. Een mechanisme dat me veilig hield. Een mechanisme dat me jarenlang geholpen heeft om overeind te blijven. Dat mechanisme zei: “verwacht niets van mensen.” Want als je niets verwacht, kan je niet teleurgesteld worden. Als je niets verwacht, dan doet afwijzing minder pijn. Als je niets verwacht, hoef je niet te voelen dat iemand er niet voor je is. Dus werd onafhankelijk mijn veiligheid. Niet omdat ik dat zo graag wilde. Maar omdat het nodig was.
Toen alles alleen doen meer veiligheid werd
Ik heb mijn kinderen alleen opgevoed. Niet grotendeels. Ook niet voor een deel. Alleen.
Ik heb beslissingen alleen genomen. Problemen alleen opgelost. Verantwoordelijkheid alleen gedragen. En als ik eerlijk ben, ben ik daar ook trots op. Niet een beetje trots. Want ik weet hoeveel kracht daarvoor nodig was. Ik weet hoeveel momenten er zijn geweest waarop ik had kunnen opgeven. Ik weet hoeveel mensen niet weten wat er achter de schermen allemaal gebeurd is. En ik weet hoe vaak ik mezelf opnieuw heb moeten oprapen. Toch deed ik het. Steeds opnieuw
Toen begon ik mijn eigen behoeften te voelen
Maar de afgelopen jaren gebeurde er iets bijzonders. Door alle innerlijke groei. Door alle therapie. Door alle bewustwording. En door alle traumaverwerking, begon ik eindelijk iets te voelen wat ik vroeger nauwelijks toeliet. Niet mijn pijn, die kende ik al. Niet mijn verdriet, dat kende ik ook al. Maar mijn behoeften, en dat was veel confronterender dan ik ooit had verwacht.
Niet perfect, maar goed genoeg. Ik begon te zien wat ik waard ben. Wat ik kan. Ik begon te zien hoeveel mensen ik hielp. En ik begon te zien hoeveel kennis, ervaring en wijsheid ik ondertussen opgebouwd heb. Voor het eerst in mijn leven voelde ik niet langer dat ik mezelf moest bewijzen. Ik wist het gewoon. En precies daar veranderde er iets. Want zolang je diep vanbinnen gelooft dat je niet goed genoeg bent, verwacht je ook niets. Dan neem je genoegen met kruimels. Dan ben je al blij dat mensen vriendelijk zijn. Dan vraag je niets. Je wacht nergens op. Dan draag je alles zelf. Maar wanneer je jezelf eindelijk waardevol begint te vinden, ontstaat er iets nieuws. Dan begin je te voelen: “ik zou ook wel eens geholpen willen worden.” “Ik zou ook wel een support willen krijgen.” “Ik zou ook wel een graag hebben dat iemand voor mij een deur opent.” En daar schrok ik van. Want ik had mezelf altijd gezien als iemand die alles alleen kon. Maar blijkbaar zat daaronder nog iets anders.
Een verlangen. Een verlangen om niet altijd degene te zijn die geeft. Niet altijd degene te zijn die ondersteunt. Niet altijd degene te zijn die meedenkt. Ook niet altijd degene te zijn die kansen gunt. Want dat doe ik van nature. Ik ben een supporter. Ik praat over mensen die goed werk leveren. Ik verwijs klanten door en ik vertel anderen over mensen waarin ik geloof. Ik help waar ik kan. Niet omdat ik daar iets voor terug verwacht. Maar omdat dat is wie ik ben. Toch merkte ik de laatste tijd iets op. Steeds vaker vroeg ik mezelf af: “wie doet dit eigenlijk voor mij?” En dat was een ongemakkelijke vraag. Omdat ik mezelf altijd had verteld dat ik niets nodig had. Dat ik het wel zelf kon. Dat ik wel sterk genoeg was. Ik heb niemand nodig. Maar misschien was dat nooit helemaal waar.
Misschien was dat gewoon een overlevingsstrategie. Misschien was “ik heb niemand nodig” nooit mijn waarheid. Misschien was het gewoon mijn bescherming. Want als je als kind leert dat je teleurgesteld wordt wanneer je iets anders nodig hebt, dan leer je iets belangrijks:
Verwacht niets.
Niet omdat je geen behoeften hebt. Niet omdat je sterk bent. Maar omdat het veiliger voelt. Want hopen en teleurgesteld worden doet pijn. Verlangen en niet krijgen doet pijn. Vertrouwen en gekwetst worden doet pijn. Dus leer je jezelf iets anders aan. Je leert jezelf aan om onafhankelijk te worden. Zelfstandig. Sterk. Redzaam.
Je leert jezelf aan om alles zelf te regelen. En op den duur word je daar zelfs goed in. Zo goed dat andere mensen je beginnen te bewonderen. “Jij bent zo sterk.” Jij trekt altijd je plan.” “Jij redt je wel.” ” Jij hebt niemand nodig.” En dat voelde ook helemaal waar. En ergens wordt dat een identiteit. Een identiteit die je jarenlang helpt. Maar op een bepaald moment begint diezelfde identiteit je ook gevangen te houden. Want achter die kracht zit nog steeds een mens. Een mens met verlangens. Een mens met behoeften. Een mens die soms moe is. Een mens die soms gewoon wil dat iemand zegt: “ik heb aan jou gedacht.” “Ik geloof in jou.” “Ik ga jou eens aanbevelen.” Ik wil jou helpen.” Niet omdat je dat zelf niet kunt. Maar omdat je het niet altijd alleen wilt moeten doen.
Het confronterende van heling
Er is iets waar weinig mensen over praten. We denken vaak dat heling betekent dat pijn verdwijnt. Dat trauma verdwijnt. Dat verdriet verdwijnt. Dat alles lichter wordt. Maar soms gebeurt er iets totaal anders. Soms begint heling je juist te laten voelen wat je al die jaren hebt onderdrukt.
En dat is exact wat ik de laatste jaren ervaar. Niet meer pijn. Maar meer bewustzijn. Ik begin te zien hoeveel ik gedragen heb. Hoeveel ik alleen heb gedaan. Hoeveel verantwoordelijkheid ik op mijn schouders heb genomen. En plots voel ik iets wat ik vroeger nauwelijks voelde. De vermoeidheid daarvan. Niet fysieke vermoeidheid. Maar de vermoeidheid van decennialang de sterke te zijn. Het verdriet dat als een deken over me valt.
Wanneer je eindelijk goed genoeg bent
Wat me misschien nog het meest verbaast, is dat dit allemaal pas zichtbaar werd toen ik mezelf eindelijk goed genoeg begon te vinden.
Vroeger dacht ik soms dat wanneer ik mezelf volledig zou accepteren, alle moeilijke gevoelens zouden verdwijnen. Maar dat is niet wat er gebeurde.
Integendeel.
Toen ik mezelf eindelijk begon te waarderen, begon ik ook te voelen wat ik waard ben.
En plots werd zichtbaar wat ik jarenlang had gemist. Want als je jezelf niet veel waard vindt, neem je genoegen met weinig.
Dan verwacht je geen steun.
Dan verwacht je geen erkenning.
Dan verwacht je geen hulp.
Dan …
Dan ben je al blij dat mensen je niet afwijzen. Maar wanneer je jezelf wel waardevol begint te vinden, verschuift er iets. Dan begin je te voelen:
Ik verdien ook steun.
Ik verdien ook kansen.
Ik verdien ook mensen die in mij geloven.
Ik verdien ook gedragen te worden.
En dat was nieuw voor mij. Heel nieuw!
Toen haar succes iets in mij wakker maakte
Misschien is dat waarom het succes van een collega me raakte. Niet omdat ik haar iets misgun. Niet omdat ik mezelf vergelijk. Niet omdat ik denk dat zij het niet verdient. Integendeel. Ik denk zelfs dat ze het volledig verdient. Maar haar succes werd een spiegel. Een spiegel die mij iets liet zien. Niet wat zij heeft, maar wat ik verlang. Want wanneer ik iemand zie die kansen krijgt, dan voel ik niet: waarom zij? Ik voel: waarom ik nog niet? En dat is een belangrijk verschil. Want die vraag komt niet vanuit afgunst. Die vraag komt vanuit verlangen. Vanuit een deel in mij dat weet wat ik te bieden heb. Vanuit een deel in mij dat voelt dat ik klaar ben voor meer. Vanuit een deel in mij dat verlangt naar zichtbaarheid. Niet om beroemd te zijn. Niet om beter te zijn dan iemand anders. Maar gewoon om gezien te worden.
Behoeften voelen maakt me niet zwakker
Dit inzicht kwam hard binnen. Want als ik eerlijk ben, gaat het misschien zelfs niet over succes. Succes is het zichtbare deel. Maar daaronder zit iets anders. Wat ik eigenlijk verlang, is verbinding. Ondersteuning. Mensen die aan me denken. Mensen die me iets gunnen. Mensen die zeggen: “ik zie wat jij doet.” Ik geloof in jou.” “Ik draag je naam ergens binnen.” “Ik denk aan jou wanneer zich een kans voordoet.”
Dat raakt iets veel diepers dan succes. Dat raakt het menselijke verlangen om ergens bij te horen. Om niet altijd alleen te moeten bouwen. Om niet altijd alleen te moeten trekken. Om niet altijd alleen de motor te zijn.
En toch ben ik ongelofelijk trots
En tegelijk… Voel ik iets anders. Trots. Misschien zelfs meer dan ooit. Want ondanks alles wat ik hierover schrijf, weet ik ook dit: ik heb mezelf hier gebracht. Niemand heeft mij gered. Niemand heeft het voor mij gedaan. Niemand heeft mij gedragen toen ik nauwelijks kon stappen. Ik heb dit zelf gedaan. Met vallen en opstaan. Met pijn. Met tranen. Met periodes waarin ik niet wist hoe ik verder moest. Maar ik ben verder gegaan. En daar ben ik trots op. Niet omdat ik alles alleen heb gedaan. Maar omdat ik ben blijven opstaan. Steeds opnieuw.
Misschien is dit geen zwakte maar een nieuwe fase
Misschien is de behoefte om gedragen te worden geen teken dat ik zwakker word. Misschien is het juist een teken dan ik gezonder word. Want vroeger had ik die behoeften ook. Alleen voelde ik ze niet. Ik had ze begraven. Onder kracht. Onder onafhankelijkheid. Onder overleven. Nu voel ik ze wel. En misschien is dat precies wat heling doet. Niet dat het je minder mens maakt. Maar juist méér. Misschien is dit geen terugval. Misscchien is dit de eerste keer in mijn leven dat ik mezelf toelaat om eerlijk te zeggen:
Ik ben sterk.
Ik ben veerkrachtig.
Ik ben trots op wat ik heb opgebouwd.
Maar ik hoef het niet altijd alleen te doen. En misschien is dat wel de meest helende zin die ik ooit heb uitgesproken.
De vrouw die altijd bleef staan
Tot ze ontdekte wat hyperzelfstandigheid haar werkelijk heeft gekost.
Als je me een paar jaar geleden had gevraagd wat mijn grootste kracht was, dan had ik waarschijnlijk geantwoord: “Dat ik altijd rechtsta.”
Wat er ook gebeurde, ik stond op. Altijd.
Wanneer het even moeilijk werd, stond ik op.
Wanneer mensen me pijn deden, stond ik op.
Wanneer ik pijn had, stond ik op.
Wanneer ik moe was, stond ik op.
Wanneer ik geen idee had hoe ik verder moest, stond ik op.
Dat was mijn kracht. Of dat dacht ik toch. Vandaag kijk ik er anders naar. Niet omdat ik die kracht niet zie. Integendeel. Ik heb enorm veel respect gekregen voor de vrouw die ik jarenlang ben geweest. Maar ik zie nu ook iets anders. Iets wat ik vroeger niet zag. Dat mijn grootste kracht tegelijkertijd ook mijn grootste overlevingsmechanisme was.
Het meisje dat leerde niets te verwachten. Hoe het voelt om als kind te leren dat verwachtingen gevaarlijk zijn
Als kind leren we hoe de wereld werkt. We leren of mensen betrouwbaar zijn. We leren of onze behoeften welkom zijn. We leren of me mogen rekenen op anderen. We leren of iemand komt wanneer we hem nodig hebben.
Of niet.
Wanneer een kind merkt dat zijn behoeften te veel zijn? Dat er geen ruimte is voor zijn verdriet? Dat het zich moet aanpassen? Dat het zichzelf moet redden? Dan gebeurt er iets subtiels. Het kind stopt niet met verlangen. Het kind stopt niet met hopen. Het kind stopt niet met behoefte hebben. Het kind leert alleen dat het veiliger is om die behoeften niet meer te voelen.
Want iedere verwachting die niet wordt ingevuld doet pijn. Iedere hoop die niet wordt beantwoord doet pijn. Iedere keer dat je denkt: misschien deze keer. En het gebeurt niet. Doet pijn.
Dus ergens diep vanbinnen ontstaat een beslissing. Geen bewuste beslissing. Een overlevingsbeslissing. Dan kan je niet teleurgesteld worden.
Waarom ik letterlijk geen verwachtingen mocht hebben
Wanneer mensen vandaag zeggen: “je moet gewoon geen verwachtingen hebben.” Dan begrijp ik wat ze bedoelen. Maar ik voel ook meteen weerstand. Want jarenlang had ik geen verwachtingen. Niet omdat ik niets nodig had. Maar omdat ik had aangeleerd dat verwachtingen gevaarlijk waren. Dat ze pijn deden. Dus werd “niets verwachten” een manier om mezelf te beschermen.
Ik verwachtte niet dat iemand mij zou helpen.
Ik verwachtte niet dat iemand aan mij zou denken.
ik verwachtte niet dat iemand mij zou dragen.
Ik verwachtte niet dat iemand mij zou redden.
Ik verwachtte helemaal niets.
Vandaag zie ik dit anders. Vandaag zie ik dat het vooral een bescherming was.
Het verschil tussen verwachtingen en verbinding
Dit was voor mij een enorme eyeopener. Want lange tijd gooide ik alles op één hoop. Verwachtingen. Steun. Verbinding. Hulp. Erkenning. Alsof het allemaal hetzelfde was. Maar dat klopt niet. Er is een groot verschil tussen verwachten dat iemand je leven oplost en verlangen naar verbinding.
Er is een groot verschil tussen onafhankelijkheid en gedragen worden.
Er is een groot verschil tussen eisen en ontvangen.
Vandaag besef ik dat ik niet verlang naar iemand die mijn problemen oplost. Ik verlang niet naar iemand die mijn werk doet. Wat ik verlang is veel eenvoudiger. Ik verlang naar verbinding. Naar mensen die zeggen:
Ik zie je.
Ik geloof in jou.
Ik denk aan je.
Ik gun het je.
Dat is iets heel anders.
Waarom ik nu pas ontdek dat ik verlangens heb
Dit is misschien wel het vreemdste deel van mijn helingsproces. Want jarenlang leefde ik vooral vanuit overleven. Wanneer je overleeft, is er weinig ruimte voor verlangen. Je denkt niet aan wat je droomt. Je denkt niet aan wat moet. Je denkt aan de volgende stap. Aan de volgende rekening. Aan de volgende uitdaging. Aan de volgende verantwoordelijkheid.
Je leeft niet. Je overleeft.
En ergens onderweg was ik vergeten dat er ook nog zoiets bestond als verlangen.
Niet omdat het weg was. Maar omdat het diep begraven lag. Onder pijn. Onder trauma. Onder overleven. Pas toen ik begon te helen, begin ik opnieuw te voelen.
De overgang van overleven naar leven
Ik denk dat veel mensen onderschatten hoe groot deze overgang is.
Overleven is eigenlijk simpel. Niet gemakkelijk. Maar simpel. Je doet wat nodig is. Je gaat door. Je zet de volgende stap. Je kijkt niet teveel achterom. Je blijft bewegen.
Leven is iets anders. Leven vraagt dat je voelt. Leven vraagt dat je aanwezig bent. Leven vraagt dat je contact maakt met jezelf. En precies daar begon mijn uitdaging.
Want toen ik niet langer alleen aan het overleven was, begon ik plots te voelen wat ik jarenlang had gemist.
Steun.
Rust.
Verbinding.
Zachtheid.
Gedragen worden.
Waarom hyperzelfstandigheid ooit een bescherming was
Een woord dat ik pas later leerde kennen was: hyperzelfstandigheid.
Hyperzelfstandigheid betekent niet dat je sterk bent. Het betekent ook niet dat je onafhankelijk bent. Het betekent dat je zo vaak hebt geleerd dat je op jezelf moet vertrouwen, dat je bijna niet meer weet hoe je op iemand anders kunt vertrouwen. Mensen zien dan iemand die alles kan. Maar vanbinnen speelt er iets anders. Vanbinnen leeft de overtuiging:
“Ik regel het zelf wel.”
“Ik vraag het niet.”
“Ik los het alleen op.”
“Ik heb niemand nodig.”
Niet omdat dat waar is. Maar omdat dat ooit veiliger was.
Het probleem met altijd sterk zijn
De wereld beloont sterke mensen. Dat heb ik ook gemerkt. Mensen bewonderen je. Ze noemen je krachtig. Veerkrachtig. Onafhankelijk. Inspirerend. Maar wat weinig mensen begrijpen, is dat sterke mensen vaak minder hulp krijgen. Niet omdat ze dat niet verdienen. Maar omdat iedereen denkt dat ze die niet nodig hebben. En dat is een eenzame plek. Want hoe sterker je lijkt, hoe minder mensen vragen: “Hoe gaat het echt met je?” Hoe sterker je lijkt, hoe minder mensen spontaan iets voor je doen. Hoe sterker je lijkt, hoe vaker mensen ervan uitgaan dat jij het wel redt. En meestal klopt dat ook. Je redt het wel. Maar dat betekent niet dat je het alleen wilt blijven doen.
De onzichtbare vermoeidheid van de sterke vrouw
Er bestaat een soort vermoeidheid die je niet weg slaapt. Geen vakantie lost het op. Geen vrije dag lost het op. Geen massage lost het op. Want het zit niet in je lichaam. Het zit in je zenuwstelsel. Het zit in jarenlang verantwoordelijk zijn. In jarenlang alert zijn. In jarenlang dragen. In jarenlang doorgaan. Ik merk dat ik die vermoeidheid steeds beter herken. Niet omdat ik minder sterk ben geworden. Maar omdat ik eindelijk stil genoeg ben geworden om haar te voelen.
Heling bracht ook mijn behoefte naar boven
Het gekke is dat deze gevoelens pas naar boven kwamen toen ik begin te helen. Tijdens het overleven voelde ik dit niet. Daar was geen ruimte voor. Toen moest ik gewoon verder gaan. Maar heling doet iets bijzonders. Heling haalt niet alleen pijn naar boven. Heling haalt ook behoeften naar boven. En dat was voor mij misschien nog confronterender. Want plots voelde ik dingen die ik jarenlang had weggestopt. Zoals:
Ik wil steun.
Ik wil gezien worden.
Ik wil niet alles alleen doen.
Ik wil niet altijd degene zijn die geeft.
Ik wil ook is gedragen worden.
Waarom ontvangen soms moeilijker is dan geven
Ik ben altijd een gever geweest. Dat gaat vanzelf. Mensen helpen. Meedenken. Ondersteunen. Doorverwijzen. Aanmoedigen. Dat kost me vaak minder energie dan ontvangen. Want geven voelt veilig. Daar heb ik controle over. Ontvangen niet. Ontvangen vraagt vertrouwen. Ontvangen vraagt openheid. Ontvangen vraagt kwetsbaarheid. En dat is voor veel voor mensen met een traumageschiedenis veel moeilijker dan ze beseffen.
Het moment waarop ik mezelf goed genoeg begin te vinden
Een van de mooiste dingen die traumaverwerking mij heeft gegeven, is dat ik mezelf eindelijk goed genoeg ben gaan vinden.
Niet perfect. Niet beter dan anderen. Maar goed genoeg. Ik hoef mezelf niet meer voortduren te bewijzen. Ik weet wat ik kan. Ik weet wat ik waard ben. Ik weet wat ik te bieden heb. En precies daarvoor voel ik nu ook scherper wat ik nodig heb.
Misschien verlang ik niet naar succes
Dit besef veranderde veel. Want wanneer ik eerlijk naar mezelf kijk, verlang ik misschien niet eens naar succes. Succes is slechts de buitenkant. Wat ik werkelijk verlang, is iets anders.
Verbinding.
Ondersteuning.
Erkenning.
Mensen die me zien.
Mensen die aan me denken.
Mensen die spontaan zouden zeggen: “Ik geloof in jou.”
Dat raakt een veel diepere laag.
Onafhankelijkheid is niet hetzelfde als vrijheid
Er wordt vaak gedaan alsof volledige onafhankelijkheid het hoogste doel is. Alsof niemand nodig hebben iets is om trots op te zijn. Maar hoe ouder ik word, hoe minder ik daarin geloof. Wij zijn gemaakt voor verbinding. Voor samenwerking. Voor steun. Voor gemeenschap. Voor gedragen worden en dragen. Niet voor eeuwige eenzaamheid vervormd als kracht.
Sterk zijn betekent voor mij nu iets anders
Vandaag geloof ik niet meer dat de sterkste persoon degene is die alles alleen doet.
Ik geloof dat de sterkste persoon degene is die eerlijk durft te kijken naar wat hij nodig heeft. Ook wanneer dat spannend is. Ook wanneer dat kwetsbaar voelt. Ook wanneer dat oude overtuigingen uitdaagt.
Misschien herken jij jezelf hierin
Misschien ben jij ook iemand die altijd sterk is geweest. Misschien ben jij ook degene die alles regelt. Die alles oplost. Die alles draagt. Die altijd klaar staat. En misschien voel je de laatste tijd ook iets veranderen. Misschien voel je dat je moe bent van altijd de sterke te zijn. Niet omdat je het niet kunt. Maar omdat je het niet altijd wilt hoeven doen. Dan wil ik je dit meegeven. Dat gevoel betekent niet dat je zwakker wordt. Het betekent niet dat je onafhankelijk wordt. Het betekent niet dat je faalt. Misschien betekent het juist dat je eindelijk veilig genoeg bent geworden om toe te geven wat je altijd al nodig had. Namelijk dit:
- ook ik verdien steun.
- ook ik verdien verbinding.
- ook ik mag ontvangen.
- ook ik hoef het niet altijd alleen te doen.
En misschien begint echte heling precies daar. Niet op het moment dat we leren dragen. Maar op het moment dat we leren ons te laten dragen.
Wat zo’n trigger over je eigen verlangen kan onthullen
En hoe je van tekort naar overvloed beweegt zonder jezelf te verliezen
Er was een tijd waarin ik dacht dat het succes van een ander mij niet raakte. Ik gunde iedereen alles. En dat doe ik nog steeds. Wanneer iemand een mooie kans krijgt, ben ik oprecht blij.
Wanneer iemand groeit, een volle praktijk heeft, een mooie samenwerking krijgt of zichtbaar wordt voor een groter publiek, dan voel ik geen afgunst.
Toch gebeurde er de laatste tijd iets wat me verraste.
Soms voelde ik verdriet. Soms frustratie. Soms voelde ik zelfs een steek in mijn hart. Niet omdat ik die persoon iets misgunde. Maar omdat ik iets begon te zien wat ik jarenlang niet had gezien.
Misschien gaat het niet over de ander
Dat was misschien wel mijn grootste inzicht. Want iedere keer wanneer ik geraakt werd door het succes van iemand anders, dacht ik eerst dat het over die persoon ging. Tot ik eerlijk naar mezelf begin te kijken. En plots zag ik iets totaal anders. Het ging niet over hen. Het ging over mij. Het ging over wat hun succes in mij wakker maakte.
Want wanneer ik diep genoeg voelde, ontdekte ik dat er onder die emoties telkens dezelfde vraag zat.
Niet: Waarom zij?
Maar: Waarom ik nog niet?
Dat is een wereld van verschil. Want die vraag ontstaat niet vanuit afgunst. Die vraag ontstaat vanuit verlangen.
Het verschil tussen tekort en verlangen
Wat mij persoonlijk het meest heeft verrast aan traumaverwerking… is hoeveel rouw erin zit. Niet alleen rouw om wat er gebeurd is. Maar ook rouw om:
- wat je nooit hebt gekregen
- hoe je had kunnen zijn
- hoeveel energie overleven kostte
- hoe lang je jezelf hebt verlaten
- hoeveel zachtheid je gemist hebt
- hoeveel spanning normaal voelde.
En die rouw… die kan intens zijn. Soms zo intens dat mensen terug wegvluchten van zichzelf. Wat opnieuw logisch is. Want niemand leert ons hoe we bij diepe emoties moeten blijven. We leren vooral:
- doorgaan
- sterk zijn
- niet overdrijven
- positief denken.
Maar echte heling vraagt iets totaal anders. Het vraagt aanwezigheid.
Waarom spiegels soms pijn doen
Een spiegel laat niet alleen zien wat mooi is. Een spiegel laat ook zien wat ontbreekt. En dat kan confronterend zijn. Want plots zie je niet alleen wat iemand anders heeft. Je ziet ook wat jezelf mist. Of beter gezegd: Wat je verlangt. En wanneer dat verlangen jarenlang verborgen is geweest, kan dat pijn doen.
Jarenlang leefde ik vanuit overleven
Wanneer je jarenlang in een overlevingsmodus leeft, is er weinig ruimte voor verlangen. Je bent bezig met vandaag. Met morgen. Met doorgaan. Met blijven rechtstaan. Met de volgende stap zetten. Je hebt geen tijd om te dromen. Geen tijd om stil te staan bij wat je werkelijk nodig hebt. Geen tijd om te voelen wat je mist. Je gaat gewoon verder. Dat heb ik jarenlang gedaan. Niet omdat ik dat wilde. Maar omdat het nodig was.
En toen begon ik te helen
Door de jaren heen begon er iets te veranderen. Niet plots. Niet van de ene dag op de andere. Maar langzaam. Heel langzaam. Door traumaverwerking. Door bewustwording. Door naar mezelf te kijken. Door verantwoordelijkheid te nemen voor mijn eigen heling. Door eindelijk te voelen wat ik jarenlang niet kon voelen. En daar gebeurde iets bijzonders.
Ik begon mezelf goed genoeg te vinden. Niet perfect. Niet beter dan iemand anders. Maar goed genoeg. En dat veranderde alles. Want zolang je diep vanbinnen denkt dat je niet goed genoeg bent, geloof je vaak ook niet dat je meer verdient.
Dan neem je genoegen met weinig. Dan verwacht je weinig. Dan droom je weinig. Dan vraag je weinig.
Maar wanneer je jezelf eindelijke begint te waarderen, ontstaat er iets nieuws. Dan begin je te voelen:
- ik wil ook groeien
- ik wil ook zichtbaar zijn
- ik wil ook kansen krijgen
- ik wil ook gedragen worden
En precies daar begon mijn confrontatie. Hoelanger ik hier naar keek, hoe duidelijker het werd. Misschien verlang ik niet naar succes, cijfers, status of prestige. Wat ik werkelijk verlang, zit veel dieper. Ik verlang naar verbinding. Ik verlang naar ondersteuning. Ik verlang naar mensen die mijn naam noemen wanneer zich de kans aandient. Ik verlang naar mensen die zeggen: “Brigitte zou hier perfect voor zijn.” Dat is iets totaal anders.
De wond onder het verlangen
En toen kwam er nog een diepere laag. Want waarom raakt mij dat eigenlijk zo? Waarom raakt ondersteuning mij zo? Waarom raakt gedragen worden mij zo? Waarom raakt erkenning mij zo?
Omdat daar een oude wond zit. Een wond dat zegt: je staat er alleen voor.
Een wond dat zegt: verwacht niets.
Een wond dat zegt: regel het zelf maar.
Die wond heeft mij jarenlang geholpen te overleven. Maar vandaag zie ik dat diezelfde wond mij soms ook tegenhoudt om werkelijk te ontvangen.
Wanneer tekort opnieuw verschijnt
Het gevaar is dat we dan in tekort schieten. Dat we gaan denken:
Zie je wel.
Niemand helpt mij.
Niemand ziet mij.
Niemand ondersteunt mij.
En eerlijk? Soms voelde ik dat ook zo. Maar tegenwoordig probeer ik iets anders te doen. Ik probeer te luisteren naar wat eronder dat tekort zit.
Want onder dat tekort zit vaak een behoefte. En onder die behoefte zit vaak een verlangen. En onder dat verlangen zit vaak een waarheid.
Mijn waarheid bleek te zijn: ik wil niet alles alleen hoeven doen.
En dat is geen zwakte. Dat is menselijkheid.
Van tekort naar overvloed
Voor mij betekent overvloed vandaag iets heel anders dan vroeger. Vroeger dacht ik bij overvloed aan geld. Aan succes. Aan groei. Aan kansen.
Vandaag denk ik aan iets anders. Overvloed is voor mij: kunnen ontvangen zonder schuldgevoel. Kunnen vragen zonder schaamte. Kunnen geloven dat mensen het goed met mij voorhebben. Kunnen voelen dat ik niet alles alleen hoef te dragen.
Het succes van een ander als richtingaanwijzer
Misschien is dat uiteindelijk de grootste les. Wanneer het succes van iemand anders je raakt, vraag jezelf dan niet onmiddellijk af:
Waarom voel ik dit?
Vraag jezelf dan eens af:
Wat probeert mij dit te tonen?
Want misschien laat die persoon je niet zien wat je tekort komt. Misschien laat die persoon je zien waar jouw verlangen ligt.
Misschien wijst die persoon je richting jouw volgende groeistap.
Misschien laat die persoon je zien wat jij zelf diep vanbinnen wil creëren.
Wat ik vandaag geloof
Vandaag geloof ik niet langer dat jaloezie iets negatief is. Tenminste niet wanneer je bereid bent er eerlijk naar te kijken. Want heel vaak is het geen jaloezie. Heel vaak is het een boodschap. Een uitnodiging. Een spiegel. Een richtingaanwijzer. Die zegt:
Kijk eens daar.
Dat raakt jou niet voor niets.
Daar zit een verlangen.
Daar zit een droom.
Daar zit iets wat ook door jou geleefd wil worden.
En misschien begint overvloed precies op dat moment. Niet wanneer je krijgt wat iemand anders heeft. Maar wanneer je durft te erkennen wat jij zelf verlangt. Zonder schaamte. Zonder schuldgevoel. Zonder jezelf te veroordelen. Want wat je verlangt, zegt vaak meer over jouw toekomst dan over het succes van iemand anders.
Misschien hoef je dit niet alleen te doen
Soms weet je heel goed wat je wilt veranderen, maar merk je dat je hoofd en je lichaam niet zomaar volgen. Oude patronen, overtuigingen en beschermingsmechanismen zitten vaak dieper dan we denken.
Daarom werk ik in mijn praktijk niet alleen met praten, maar ook met het onderbewuste en het lichaam. Met hypnose kunnen we werken aan diepgewortelde overtuigingen en automatische patronen. Met klankschalen en soundhealing nodig ik je zenuwstelsel uit om tot rust te komen, te vertragen en opnieuw te voelen wat er in jou leeft.
Je hoeft niet eerst precies te weten wat je nodig hebt. Soms begint verandering gewoon bij dat ene gevoel: ik wil dat het anders wordt.
Voel je dat dit iets bij jou raakt? dan ben je welkom bij Brigitte Senses. Je vindt op mijn website meer informatie over hypnose, klankschalensessies en mijn andere sessies, of je kunt meteen een afspraak inplannen.https://brigittesenses.com/hypnose/